Onderweg

Hartstocht in de trein

In de trein naar vriendlief had ik sjans.

“Zo, dat is een grote tas,” zei de kerel in kwestie, wijzend op mijn uit de kluiten gewassen reistas. “Ga je op wereldreis?” Ik antwoordde ontkennend: “Nee, gewoon een weekendje weg.” De jongen glimlachte. “Ga je iets leuks doen?” vroeg hij. “Ja, naar mijn vriend.” Opeens verdween de vriendelijke lach van zijn gezicht. Dit was gĂȘnant.

Even waren we stil. We wisten beiden niet meer wat we moesten, of nog konden, zeggen.

“Oh, telefoon!” riep hij opgelucht. De confronterende stilte werd doorbroken. Hij bracht zijn iPhone van zijn broekzak naar zijn oor. De jongen begon hard te praten tegen de persoon aan de andere kant van de lijn. Probleem opgelost, dacht ik.

Totdat zijn telefoon daadwerkelijk ging.

Pijnlijk.

Standaard